- Alle categorieën
- Computers & Internet
- Elektronica
- Entertainment & Muziek
- Eten & Drinken
- Financiën & Werk
- Huis & Tuin
- Kunst & Cultuur
- Maatschappij
- Persoon & Gezondheid
- Sport, Spel & Recreatie
- Vakantie & Reizen
- Vervoer
- Wetenschap
- GoeieVraag.nl
- Overig
Welk gedicht is je altijd bijgebleven?
Ik vraag niet naar het gedicht dat je het meest ontroerde, of het meest lyrische gedicht. Om de één of andere reden kan je sommige verzen of liedjesteksten jaren na datum nog vlekkeloos reciteren.
Klik hier om de 42 antwoorden te lezen.42 Antwoorden
Getoond wordt 1 tot 10Rozen verwelken
Schepen vergaan
Maar mijn liefde voor jou, blijft altijd bestaan
"Ik zal mijn vrienden niet vergeten,
wat wie mijn lief is, blijft me lief
....
Ik zal ze heus wel weer ontmoeten,
misschien vandaag, misschien over een jaar,
Ik zal ze kussen en begroeten,
komt vanzelf weer voor elkaar"
Ramses Shaffy, Laat Me/Vivre
Willem Elsschot: Het Huwelijk
Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.
Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.
Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.
Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.
Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.
Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.
Het gedicht gedicht "Aan een klein meisje" van Annie M.G. Schmidt las ik voor het eerst toen ik ergens tussen kind en jong volwassene zweefde. Ik snapte het toen nog niet helemaal, maar wist instinctief dat het voor mij geschreven was. Ik ben het nooit vergeten!
Dit is het land waar grote mensen wonen
Je hoeft er nog niet in: het is er boos
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen
en altijd is er weer wat anders loos.
En in dit land zijn alle avonturen
hetzelfde van een man en van een vrouw
En achter elke muur zijn andere muren
en nooit een eenhoorn en een bietebauw.
En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood
Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin
Dit is het land waar grote mensen wonen
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.
Voor een dag van morgen
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven
dat alleen maar een man alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.
Hans Andreus
Herman Finkers: Elfstedentocht
Steeds weer als er vorst is
Denkt de Fries: vorst
En controleert het water
Op de dikte van de korst
Koorts in elf steden
Kan de tocht gereden?
Het antwoord komt vanzelf
Van de raad van elf
De Elfstedentocht, zo verknocht aan Beerenburg, Beerenburg
Opa Nauta heeft
De tocht ooit eens gemaakt
In alleen een onderbroek
En verder poedelnaakt
Ben speciaal vertrokken, kleumde hij
Want ik ben al oud
In een lange onderbroek en
Nog heb ik het koud
De Elfstedentocht, in de bocht met Beerenburg, Beerenburg
Tjibbe, Sjoerd en Wibbe
Die zouden het wel rooien
Tjibbe, Sjoerd en Wibbe
Die zaten mooi te klooien
Zijn in een wak gereden
Volledig overleden
Zo heb je ‘t over Friezen
Zo heb je ‘t over dooien
De Elfstedentocht, in de bocht met Beerenburg, Beerenburg
Over dooi gesproken:
In Wereldoorlog II
Werd hij vaak verreden
Het weer zat vrees’lijk mee
Een koude oorlog, dat is waar
Drie schaatsers vroren dood
Was toen niet zo’n bezwaar
Het ging van de grote hoop
De Elfstedentocht, o wat bocht is Beerenburg
Geef me je hand, geef me ze allebei
en zeg me dan heel even…
dat je niet kunt leven zonder mij.
Niet echt een gedicht, maar voor mij een mooie tekst.
Robert Long:
Het maakt me niet uit als ik dood ben gegaan,
of er een kruis of een steen komt te staan
en of ze achter me aan naar het graf zullen sjouwen
Maar als je een steen nodig vind en als je ‘n grafschrift verzind zoek dan een tekst die men altijd graag leest van dat de tijd alle wonden geneest, of dat ik altijd opzoek ben geweest, maar een zin die moet je onthouden,
Zet alsjeblieft op m’n steen, iemand in elke geval een heeft er van hem gehouden.
ik ben ik
jij ben jij
jij en ik
ik en jij
ik blij
jij blij
samen blij
Jantje zag eens pruimen hangen, als appelen zo groot.
De tuinman zag zijn bolle wangen.
Sloeg de vuile gapper dood
Gerelateerde vragen
Stel vragen en deel jouw kennis met anderen. Een unieke kans om snel antwoord op die dringende vraag te krijgen.







